|
Boekbespreking door
Gérard
Hendriks
Praktijkgids voor Coaches - Julie Starr
De
handleiding voor het proces, de
principes en de vaardigheden van
personal coaching
Julie
Starr is directeur van Chrysos, een
organisatieadviesbureau in Engeland.
Haar boek ‘The Coaching Manual’ wordt in
recensies beschreven als één van de
beste boeken over coaching. Dat maakt
nieuwsgierig…
Voor wie?
Dit boek
is aan te raden voor beginnende coaches,
omdat op gestructureerde wijze de
grondbeginselen, het proces en de
structuur van ‘het coachende gesprek’
worden behandeld. Het is bovendien
gelardeerd met checklisten,
samenvattingen, oefeningen, opdrachten
en zelfs ‘hoekjes van de coach’ met
extra tips.
Samenvatting
Starr
staat aan het begin van haar boek
(terecht) stil bij haar definitie van
coaching. Ze gaat uit van coaching ‘op
basis van samenwerking’: de gecoachte
ervaart de relatie meer als een
partnerschap tussen gelijken dan als
paternalisme of een adviesdienst. De
coach gelooft in het vermogen van het
individu om zelf tot inzicht en ideeën
te komen die nodig zijn om zijn of haar
situatie te verbeteren.
De kern
van het boek bestaat uit een
beschrijving van vier fasen van een
coachingsopdracht:
-
Stel de context voor coaching vast:
zorg voor een rustige kamer, verken
verwachtingen en check of iemand wel
gecoacht wil worden.
-
Creëer inzicht en richting:
begin met wat de gecoachte wil
bereiken en pas de sessies daarop
aan.
-
Evalueer/bevestig het geleerde:
gebruik informele en formele
momenten om de gestelde doelen te
evalueren en zo nodig bij te
stellen.
-
Afronding: besteed aandacht aan
het verdere leerproces van de
gecoachte.
De auteur
gaat vervolgens uitgebreid in op een
aantal fundamentele
coachingsvaardigheden, zoals luisteren,
stellen van vragen en geven van
ondersteunende feedback. Het boek sluit
af met barrières bij coaching. Denk
daarbij aan een coach die gelijk wil
krijgen, het gesprek wil domineren of
iemand die zich als
‘grote-problemen-oplosser’ voordoet. Dit
leidt niet tot mensen die hun eigen
verantwoordelijkheid leren nemen, maar
tot ja-zeggers die nee-doen.
Conclusie
‘Praktijkgids voor Coaches’ is een goed
boek voor beginnende coaches in
trainingssituaties. De basisprincipes
worden op gestructureerde wijze
behandeld en de opdrachten en oefeningen
zijn leerzaam. De zogenaamde ‘hoekjes
van de coach’ en het verschil tussen
actief en diep luisteren, bezorgen me
helaas enige lichte allergische
reacties.
Julie
Starr gaat uit van coaching ‘op basis
van samenwerking’, waarbij de
coachingsrol gebaseerd is op waarheid,
openheid en vertrouwen. Uit alles blijkt
dat Starr zelf de nodige ervaring heeft
als coach, omdat ze regelmatig
praktische tips geeft, zoals: neem een
gesprek af en toe op band op en geef dat
mee aan de gecoachte. Echter, de tip om
iemand te schaduwen om te checken of hij
of zij resultaat boekt doet naar mijn
mening behoorlijk afbreuk aan het zo
noodzakelijke vertrouwen. Ook de
volgende tip doet in dit kader wat
vreemd aan: ‘Geef bij de afronding de
gecoachte en de opdrachtgever het gevoel
dat het de moeite waard is geweest.’
De auteur
merkt op dat goede coaching niet
provocatief van aard is. Het is voor een
argeloze lezer verwarrend wanneer in de
boekwinkel op dezelfde schap het boek
‘Provocatief Coachen’ van Hollander en
Wijnberg staat. Daarin is te lezen dat
het goed is dat cliënten in verzet komen
tegen hun provocatieve coach en daardoor
zelf nieuwe oplossingen kunnen vinden.
Wie het weet mag het zeggen, maar ik
geef de voorkeur aan een prikkelende,
humorvolle, maar tegelijkertijd
betrokken stijl van werken. Starr’s boek
over personal coaching is niet één van
de beste in zijn genre, eerder gedegen,
maar saai.
Rating:
    
2003,
aantal pag.: 181, prijs: € 30,95 |