|
|
Unitmanager besluit om functie
neer te leggen
Bert: "Ik heb geen spijt van mijn
beslissing"
In november 2004 besluit unitmanager Bert, werkzaam
bij Dunamis, een organisatie voor jeugdhulpverlening in
Nijmegen, zijn functie neer te leggen. Hij heeft dan een aantal
coachende gesprekken bij Het Laar gevoerd en zijn coach heeft
een teamvergadering bijgewoond. In de coaching wil Bert met name
aan de slag met een versterking van zijn leidinggevende
vaardigheden. Eén van de aandachtspunten daarbij is ook de vraag
of hij wel manager wil en kan zijn, omdat hij zich niet altijd
als een vis in het managementwater voelt en omdat hij al eerder
‘onderuit’ is gegaan.
Bert beschrijft de aanloop naar en de periode waarin hij zijn
moeilijke beslissing moest nemen: “Na een behoorlijk lange
periode van enthousiasme en uitdaging in mijn werk, waarin ik de
goede balans weer te pakken had, ben ik na mijn vakantie ‘van de
wap’ geraakt. Het begon met iets onbenulligs: het vergeten van
mijn agenda. Hierna had ik een moeilijke teamvergadering en
kreeg ik kritiek op mijn manier van leidinggeven. Tot overmaat
van ramp was er ook nog een overleg dat knudde verliep. Ik
dreigde onderuit te gaan, sliep en at slecht en had een gebrek
aan concentratie. Mijn lichaam protesteerde en wees me feitelijk
de weg, terwijl mijn geest daar nog niet aan toe was. Omdat ik
deze situatie al eerder had meegemaakt, heb ik na enig wikken en
wegen de beslissing genomen om mijn managementfunctie neer te
leggen.”
Bert heeft geen spijt van zijn beslissing, ook al was het
aanvankelijk maar moeilijk te verteren: “Ik had een gevoel van
falen ten opzichte van mezelf, mijn team en mijn naaste collega.
Ik vroeg me af wat me te wachten stond. Zit Dunamis wel op mij
te wachten; hou ik wel werk? Hoe zit het met mijn inkomen? Maar
ik voel nu ook rust en opluchting en een beetje spijt. Spijt,
dat ik niet eerder de signalen in mijn lichaam heb herkend.”
De ex unitmanager is in een overgangsfase waarin hij nu
voorbereidende en ondersteunende taken op zich heeft genomen ten
behoeve van de uitbreiding van de afdeling. En daarnaast
oriënteert hij zich, samen met zijn coach van Het Laar, op zijn
verdere loopbaan. Hij voelt veel voor een soort staffunctie
waarin hij zijn jarenlange opgebouwde inhoudelijke deskundigheid
kan inzetten om de kwaliteit van (jeugd)zorg te verbeteren.
Volgens Bert is daar voldoende uitdaging in te vinden: “Ik hoef
geen baasje te zijn om zinvol werk te doen, als het zich maar
dicht bij de werkvloer afspeelt."
|
|