|
'Ik kan nu denken in kansen...'
interview Hoofd Intern Beleid en
Bedrijfsvoering, gemeente Ouderkerk met Frans van Schijndel
Waarom ben je
een extern coachingstraject aangegaan?
De
samenwerking met mijn leidinggevende liep al een tijdje
moeizaam. In dat kader heb ik een assessment moeten doen. Ik
werd gelukkig positief beoordeeld, maar er werd ook aangegeven
dat ik beter contact moest kunnen maken met mijn omgeving.
Aanvankelijk kon ik me daarin helemaal niet vinden, maar door de
coaching zag ik later in dat er toch een kern van waarheid in
zat.
Waar kwam je
motivatie vandaan?
Het ging al
een hele tijd minder met mijn gezondheid. Een minder gezonde
levensstijl speelde daarbij een rol, maar zeker ook onmacht en
stress. Mijn lichaam gaf dus klip en klaar aan dat het anders
moest. Afgezien daarvan wilde ik ook weer gewoon plezier in mijn
werk krijgen door een goede samenwerking met mijn baas en een
soepel contact met mijn medewerkers. De ‘sense of urgency’ werd
ook vergroot door de moeizame samenwerking met mijn
leidinggevende. Door de coaching werd me al snel duidelijk dat
ik het zčlf moest en kon doen.
Hoe verliep
het coachingtraject?
Het was voor
mij een opluchting om eerlijk en open te zijn over mijn
levensverhaal. Ik heb geen makkelijke jeugd gehad en heb er hard
voor moeten knokken om te komen waar ik nu ben. Dat besef heeft
mij meer zelfvertrouwen gegeven. Verder ging mijn ontwikkeling
hortend en stotend, met af en toe een terugval en dan weer een
leuk succesje. De coaching–on-the-job, waarbiij mijn coach
aanschoof bij een teamvergadering, heeft me duidelijk gemaakt
dat ik afspraken met mijn medewerkers duidelijker kan
‘neerzetten’. Het lukt me nu ook beter mijn mening te geven. En
soms, als ik nog geen mening heb kunnen vormen, dat dan ook maar
gewoon te zeggen.
Hoe gaat het
nu op je werk?
Mijn leidinggevende en ik zaten lange tijd in elkaars allergie.
Nu we dat helder zien, gaat het een stuk beter omdat ik meer
ruimte krijg en ik zelf die ruimte ook beter oppak. Hij draaft
niet meer door in het ‘doorpakken’, en ik blijf niet meer steeds
‘op de rem staan’ door eindeloos nuanceren of wikken en wegen.
Hoe ga je nu
verder na het coachingstraject?
Ik moet alert zijn om niet terug te vallen in mijn valkuil.
Daarom schrijf ik wekelijks voor mezelf een reflectieverslag.
Hierdoor blijf ik alert en blijf bewust van mijn eigen gedrag.
Ik wil het nu
echt vasthouden. Ik wil ophouden me steeds maar te moeten
bewijzen en er voor zorgen dat wat ik doe steeds goed voelt. In
ons team hebben we nu heel sterk het idee dat we het met z’n
drieën moeten doen. We zeggen wat we te zeggen hebben, waardoor
het vertrouwen in elkaar in stand blijft.
In de
toekomst zijn er allerlei ontwikkelingen die, ook voor mij,
onzekerheden met zich meebrengen. Ik wil daarbij niet in
problemen, maar in kansen denken. Dat geeft me rust en straalt
ook vertrouwen uit naar mijn medewerkers. |